Aderlaten

Het afnemen van een bloedkweek is een medisch ritueel dat ik met liefde aanschouw. Meestal gaat het zo: de patiënt voelt zich plots niet lekker, ziet bleek en heeft het koud. Niet zelden ligt hij rillend en klappertandend in zijn bed. De thermometer geeft flinke koorts aan, ruim boven de 38.5 Celsius. Een extra deken is nodig. Ongerust vraagt de patient zich af waar de koorts vandaan komt. Gelukkig komt al snel de dokter naast het bed zitten. Ze ordent haar benodigdheden, plaatst secuur een naald in de elleboogplooi en vult geconcentreerd twee flesjes met bloed.   

De schoonheid van het ritueel schuilt deels in de tegenstelling. Een bloedkweek is een langetermijninvestering. De gevulde flesjes gaan in een oventje om de groei van mogelijke bacteriën in het bloed te bevorderen. Wellicht dat een dag of vier later een ‘verwekker’ bekend is, een verklaring voor de koorts. Op het moment van de koude rilling heeft de patiënt evenwel niets aan de handeling, en toch lijkt er een therapeutische werking van uit te gaan. De kalme aanwezigheid van de arts in haar smetteloze witte jas, de kundige uitvoering van het ritueel: als sneeuw voor de zon verdwijnt de onrust bij de patiënt. Hij waant zich onder behandeling, terwijl slechts sprake is van diagnostiek. Je zou het een placebo-effect kunnen noemen.

Nog mooier dan de tegenstelling, vind ik het tijdloze karakter van de handeling. Wie het afnemen van een bloedkweek aanschouwt staat midden in de geschiedenis. Al duizenden jaren nemen mensen bloed uit de elleboogplooi. Betekenissen zijn gekomen, betekenissen zijn gegaan, het ritueel van de bloedafname is gebleven. De Azteken en Egyptenaren begonnen ermee in een ceremoniële setting. Het genomen bloed was een offer van de zieke aan de Goden. Binnen de humorale pathologie van Hippocrates en Galenus kreeg ziekte de betekenis van een balansverstoring tussen bloed, slijm en gal. Het aftappen van bloed zou leiden tot herstel van de balans. De aderlating werd zodoende een buitengewoon populaire medische handeling in Europa. Eind 18de, begin 19de eeuw raakte het ritueel echter in diskrediet toen uit vergelijkend onderzoek bleek dat de handeling eerder kwaad dan goed doet. Het zou evenwel tot diep in de 20ste eeuw duren eer de geneeskunde de aderlating definitief achter zich liet.

De vraag is waarom de aderlating zo lang populair is gebleven ondanks het evident schadelijke karakter. Natuurlijk, het ritueel lag diep geworteld in de Europese cultuur, maar het ligt voor de hand ook het placebo-effect in oogschouw te nemen. Zoals het afnemen van een bloedkweek patiënten vandaag de dag het gevoel geeft in goede handen te zijn, met alle geruststelling van dien, zo zal de aderlating eenzelfde werking hebben gehad. Een gecontroleerde uitvoering van het ritueel wekt de suggestie van controle over de ziekte. Wat dat betreft is er waarschijnlijk weinig veranderd.