Alcoholverbod in het ziekenhuis: waarom eigenlijk?

De afdeling interne geneeskunde is in rep en roer. Zojuist is gebeld vanaf de spoedeisende hulp dat meneer Streefkerk in aantocht is. Iedereen is bekend met de reputatie van de notoire alcoholist. De man is een meester in het verstoppen van alcohol. Een flesje Spa, een bloemenvaas, niets is wat het lijkt in de omgeving van de oude diabeet en COPD’er. Tijdens zijn vorige opname werd wodka aangetroffen in een shampoofles. Het kwam hem op een officiële waarschuwing te staan, zijn allerlaatste. 

Er wordt een korte spoedvergadering belegd. Het team is niet van plan zich nog eens voor de mal te laten houden door de eigenwijze draaideurpatiënt. Iemand oppert om dagelijks, als de man onder de douche gaat, een kamerinspectie te doen en aan alle vloeistoffen te ruiken. Een ander ziet meer in een blaastest, dat zou veel praktischer zijn. Sowieso moet de handenalcohol per direct van zijn kamer verdwijnen.

Niets zo vanzelfsprekend als een alcoholverbod in het ziekenhuis, maar waarom eigenlijk? Vaak hoor je dat een medische behandeling en alcohol slecht samen gaan. Dat zal soms waar zijn, maar moeten we daarom mevrouw Klaassen, drie dagen na de heupoperatie, haar wijntje bij het eten ontzeggen? Lijkt me onzin. Ik denk eerder dat het alcoholverbod appelleert aan onze irreële angst dat de boel uit de hand loopt. Stel dat we mevrouw Klaassen een glas wijn geven, dan wil meneer Simons een biertje en straks is iedereen in het ziekenhuis compleet dronken en krijgt de verpleging de schuld.

Wel net zo belangrijk is de statuur van het ziekenhuis. Dat is niet zomaar een gebouw waar je behandeld wordt, nee, een ziekenhuis is een soort kerk. Een gewijde plek met bijzondere regels en gedragingen. Medewerkers lopen in de meest wonderlijke gewaden en als je naar het heilige der heilige wilt – de operatiekamer – dan onderga je eerst een rituele wassing. Alcohol hoort niet in die wereld, althans niet in de consumptieve zin van het woord.

Er wordt wel een stevige prijs betaald voor het alcoholverbod. Een onthoudingsdelier is een fenomeen dat we allemaal wel eens gezien hebben: hoge pols, ernstige verwardheid, angst, onrust, tremoren, soms zelfs insulten. Ik ken weinig ziektebeelden die zo mensonterend zijn. De behandeling bestaat uit een hoge dosis Valium, gecombineerd met thiamine. Niet zelden ligt deze patiëntencategorie in een Zweedse band en zijn ook de handen gefixeerd. Ik verbaas me daar telkens over. Alcohol is taboe, stel je voor dat iemand een paar slokken wodka neemt. Diazepines en een Zweedse band zijn daarentegen de normaalste zaak van de wereld in de cure-sector.

Het is natuurlijk wel de ideale methode om te ontdekken of meneer Streefkerk wel of niet drinkt tijdens zijn verblijf. Als hij een onthoudingsdelier ontwikkelt en in de Zweedse band eindigt, dan heeft de goede man zich keurig aan de regels gehouden. Blijft hij echter redelijk functioneren zonder kilo’s Valium, dan kan het niet anders dan dat hij stiekem wodka nuttigt. Een ziekenhuisverbod ligt dan voor de hand. Een laatste waarschuwing is immers een laatste waarschuwing.